Boekenbeurs - Wereldhaven voor boeken

Uitgever Ronald over zijn 41ste Boekenbeurs: “Het wordt steeds leuker, levendiger, eigentijdser”

Al sinds 1979 staat uitgever Ronald Grossey jaarlijks als standhouder op de Boekenbeurs. De voorbije jaren deed hij dat voor Uitgeverij Vrijdag, maar hij weet het zeker: “voor welke uitgeverij je hier ook bent, de beleving is ongeëvenaard.” Wij vroegen hem om zijn mooiste verhalen.

“Voor ik in het boekenvak stapte, was ik al grote fan van de Boekenbeurs, toen ze nog doorging in de Stadsfeestzaal.” Aan het woord is Ronald Grossey, uitgever bij Uitgeverij Vrijdag en dit jaar voor de 41ste keer aanwezig op de Boekenbeurs. In al die jaren maakte hij de verschillende metamorfoses van de beurs mee vanop de eerste rij. Maar ook daarvoor al was hij een fervent bezoeker van het jaarlijkse boekenfeest.

“In de loop der jaren zag ik de beurs steeds groeien. Van de Stadsfeestzaal naar Antwerp Expo, de uitbreiding met hal 4, de aandacht die stilaan verschoof van de boeken naar de auteurs… De beleving nam jaar na jaar toe. De beurs van vandaag draagt nog steeds de sfeer mee van vroeger, maar heeft nu zoveel meer te bieden. Er is veel te lezen, maar ook veel te zien, veel te doen en er zijn vele bekende gezichten om te spotten.”

Het was de Boekenbeurs die Ronald ervan overtuigde in het vak te stappen: “Als jongeman kocht ik steeds een abonnement zodat ik de beurs meerdere malen kon bezoeken. Op een dag stapte ik hal 3 binnen en hoorde ik al van ver een luide bulderlach, afkomstig van uitgever Walter Soethoudt, op één van de standen. Toen ik dichterbij kwam, zag ik standhouders, auteurs en klanten samen, pratend, lachend, bij een bak bier die onder één van de tafels stond. Ik hield al erg veel van boeken, maar die dag werd ik ervan overtuigd dat het vak an sich ook erg plezant moest zijn,” zegt hij lachend.

“De Boekenbeurs was voor mij, als kind, een heus feest. Het was sinterklaas, kerstmis en mijn verjaardag, allemaal samen. Toen ik voor het eerst aan de andere kant van de tafel stond, om de boeken te verkopen, werd dat gevoel alleen maar bevestigd,” zegt Ronald.

Naarmate de beurs floreerde, groeide ook de aandacht van de standhouders voor de esthetiek van de standen. Ronald was er telkens bij om ‘zijn’ stand mee op te bouwen en zag een positieve evolutie. Ronald: “Vroeger huurde iedereen zijn materialen. Je kreeg dan éénvormige standen die allemaal sterk op elkaar leken. De laatste tien jaar zie je echter dat de uitgeverijen, boekhandels en andere standhouders meer belang hechten aan de presentatie van hun werken. Ze zijn zoveel mooier geworden, maar ook gewoon toegankelijker voor een breed publiek.”

“Wat in al die jaren bijna niet veranderde, zijn de mensen,” meent Ronald. “En dan voornamelijk hun capaciteit om te voorspellen. Op de Boekenbeurs merk je welke genres populair zijn en welke boeken in opmars zijn. Met de Harry Potter-boeken of genres als chicklit of waargebeurde verhalen zag je dat goed. Mensen grepen ernaar, bespraken de boeken, nog voor ze goed en wel populair waren. Je ziet als het ware de geboorte van fenomenen.”

Voor Ronald is dat wat de beurs voor hem zo leuk maakt: de mensen en hun verscheidenheid. Ronald: “De Boekenbeurs is voor een uitgever één van de weinige momenten op een jaar dat je jouw lezers leert kennen. Op een boekvoorstelling tijdens het jaar zie je alleen de fans van die ene schrijver, dat ene boek. Op de beurs zie je alle lezers door de stand flaneren, de boeken vastnemen, de cover bewonderen,… Je merkt naar welke boeken hun interesse uitgaat en zo krijg je een beter zicht welke genres of boeken mensen bevallen.”

Op zijn stand zag hij naast duizenden bezoekers eveneens verschillende grote namen de revue passeren. Het leverde hem vele mooie verhalen op. “Met Bart Peeters en zijn gitarenboek (De Gevaren van Zes Snaren, nvdr.) creëerden we een mooie sfeer op onze stand. Hij gaf een kleine workshop, afgewisseld met een mini-concert. Of toen de hele familie Pfaff hier strips kwam signeren, een gezellige drukte… Vorig jaar was Laura Janssens op bezoek (bekend van ‘Niet Nu Laura’, nvdr.). Zij was toen nog niet zo gekend bij het grote publiek. Maar eens ze hier was, maakte ze enkele Instagram-verhalen en binnen de kortste keren had ze vele van haar volgers gemobiliseerd. Plots stond het hier vol fans waarbij sommigen haar zelfs verrasten met een leuk cadeautje.”

“Ik hoor soms mensen zeggen dat de Boekenbeurs zijn focus verliest, maar als je zo’n taferelen ziet, kan je alleen maar blij zijn,” vertelt Ronald. “Als het een boek is van Jeroen Meus of van Astrid Coppens dat mensen naar de beurs lokt en hen aan het lezen krijgt, kan je daar toch niets op tegen hebben? Die boeken zijn trouwens ook gewoon erg knap gemaakt.”

Een uitgever brengt op de Boekenbeurs lezers en auteurs bij elkaar, maar niet elke auteur is even populair. Voor Ronald hoeft dat geen probleem te zijn: “Je krijgt als bezoeker, maar ook als standhouder, de kans om een schrijver beter te leren kennen want er is meer tijd om bij te praten dan tijdens het jaar. De auteurs leren elkaar ook beter kennen. De eerste gesprekken gaan natuurlijk altijd over hun boek en de realisatie ervan, maar gaandeweg zie je hen gemeenschappelijke interesses ontdekken. Op een Boekenbeursstand worden ieder jaar nieuwe vriendschappen gesmeed.”

We sloten af met de vraag welke internationale auteur Ronald graag eens naar de beurs zou willen lokken. Zijn antwoord (“Tom Holland, de classicus”) leverde nog een kleine ontboezeming op: “Ik ben nooit een handtekeningenjager geweest. Ik wil die mensen daar niet mee lastig vallen en bovendien ben ik altijd een beetje verlegen uit respect voor die auteurs. Zo kregen we ooit bezoek van de grand dame Annie M.G. Schmidt op onze stand. Toen heb ik toch om een handtekening gevraagd… via een collega,” besluit hij lachend.