Boekenbeurs - Wereldhaven voor boeken

Auteurspodium

Euthanasie bij leven en bij wet

In een restaurant met je zoon Pieter genieten van lekker eten en een wijntje en tussendoor praten over diens eventuele euthanasievraag. Een surrealistische setting voor een slechtnieuws gesprek. Pieter heeft uitgezaaide botkanker, hoop op genezing is uitgesloten. In de wet wordt euthanasie omschreven “als het opzettelijk levensbeëindigend handelen door een andere dan de betrokkene op diens verzoek. ” Maar deze enkele woorden vertellen weinig over de weg die naar een uiteindelijke euthanasievraag voert. Het is geen weg geplaveid met lichtzinnigheid, lafheid of gemakzucht, zoals wel eens beweerd wordt. Het is een weg bezaaid met obstakels zoals de zoektocht naar de juiste zorg ( arts en verpleging) voor een zieke die thuis wil blijven, het vinden van balans tussen zorg enerzijds en respect voor de autonomie en de wensen van de zieke, anderzijds. Voor de zieke is het meer specifiek een weg van onophoudelijk afscheid nemen; eerst van gezondheid, dan van werk, hobby’s , mobiliteit enz. ... in een wereld die door de ziekte zelf steeds kleiner wordt en dan zwijg ik nog over de pijn. Na de vraag om euthanasie blijft de onzekerheid. ‘Zal de arts op de euthanasievraag ingaan? Euthanasie is geen recht. In het verhaal van Pieter ging de arts, nadat enkele bijkomende voorwaarden naast de wettelijke voorwaarden vervuld waren, op het euthanasieverzoek in. Pieter kon omringd door vrienden en familie onder de zorgen van verpleger en arts, sereen afscheid nemen van het leven en inslapen.

De tekst van Mieke is wat men noemt uit het leven gegrepen met de confrontatie van de trieste realiteit met een juridische tekst. Drie opvallende punten in dat verband:

● Op een hoge uitzondering na zullen de artsen akkoord gaan met de inwilliging van het verzoek van de zoon van Mieke maar dit wil helemaal niet zeggen dat die grote meerderheid ook tot uitvoering bereid is. Een gebrek aan kennis en vooral technische kennis bij de uitvoering kan hierbij een belangrijke factor zijn zoals een emotionele component een bepalende rol kan spelen daar hoe men het ook draait of keert euthanasie voor een arts een ongewoon handelen blijft om niet te zeggen een onnatuurlijk gebeuren.

● Bijkomende factor is de wens van thuis te overlijden waardoor in de praktijk alleen huisartsen in aanmerking komen. Daarbij komt dat veel jonge mensen geen vaste huisarts hebben en een arts die uitvoering overweegt volgens de wet heel wat tijd dient te investeren in het gebeuren. Het vinden van een huisarts die tot uitvoering bereid is,is dan ook geen sinecure.

● De wetgever heeft expliciet voorzien dat de uitvoerder bijkomende voorwaarden kan stellen en naar verluidt zouden artsen daar aardig gebruik van maken. Het gebeurt dat de uitvoerder erop staat dat de in adviezen van de Broeders van Liefde,van Zorgnet-icuro,van de Orde van Artsen en Vlaamse Vereniging voor psychiatrie toegevoegde voorwaarden nageleefd worden terwijl de uitvoerder daarnaast zelf eigen voorwaarden kan toevoegen.

In De Wetstrijd worden al deze beperkende elementen vermeld al gaat de aandacht vooral naar de praktijk van euthanasie die aardig afwijkt van wat de wetgever heeft bepaald.

● Iedereen leest in de wet wat hij wil en het punt is van een arts te vinden die de wet op dezelfde wijze leest.Na straks twintig jaar praktijk komt volgend jaar een eerste strafzaak en in al die tijd verwees de Federale Controle- en Evaluatie Commissie een enkele zaak naar de procureur des Konings,waarbij de arts vrijuit ging daar het geen euthanasie was maar hulp bij zelfdoding.

● Ook de genoemde commissie gaat haar boekje aardig te buiten door haar eigen interpretaties van wetteksten waarbij onder meer gesteld wordt dat een euthanasie kan uitgevoerd worden als iemand wilsonbekwaam is indien hij voordien een verzoek om euthanasie op papier zette.

● De door de wetgever bepaalde strengere procedure als het overlijden niet binnen afzienbare tijd verwacht wordt is de reinste flauwe kul daar in Nederland waar die procedure niet bestaat de euthanasies in die gevallen later plaats vinden dan in België.

● De meest frequente alternatieven voor euthanasie zijn palliatieve sedatie en versterving en in Nederland zelfeuthanasie en hulp bij zelfdoding.

● Zeker is dat voor mensen die niet op korte termijn gaan overlijden het reduceren van de mens tot een medisch model veel te eng is en het bio-psycho-sociaal model veel correcter en menselijker is.

 

NU IETS OVER ROUW DOOR MIEKE

 

De woorden van Ivo lezend, voel ik nog meer dankbaarheid tov de jonge arts die mijn zoon de kans gaf om via euthanasie dit leven, dat lijden geworden was, te verlaten. Maar deze dankbaarheid houdt het verdriet om zijn heengaan niet tegen. In ‘Ik moet nu gaan. Een triptiek: ziekte, euthanasie, rouw’ ga ik in tegen de theorie van het fasen-proces in de rouw ( Kübler -Ross). Om te beginnen is rouw strikt persoonlijk en niet iedereen beleeft het op dezelfde manier. Het is een eenzame weg. Rouw kan als een tsunami over je geen rollen of rustig verder kabbelen. Rouw is als een sluier die de rouwende(n) omsluiert, gevangen houdt in het verdriet en het contact met de ander kan vertroebelen. Of zoals Jean Paul Van Bendegem het in zijn recensie van mijn boek omschrijft: ‘ Hier loopt alles door elkaar alsof het een symfonisch orkest is, niet noodzakelijk harmonieus maar uitgesproken dissonant met een af en toe aanwezige dirigent, waar nu eens de violen aan bod komen terwijl de hoorns op de achtergrond klinken ,de fagot een solo krijgt en de bassen unisoon een continuïteit verzekeren ( De Geus, 07-2019, p. 45). In deze wereld waar alles snel moet gebeuren is het moeilijk als rouwende de rust te vinden die nodig is. Rust, niet om te vergeten, niet om los te laten, maar om te zijn met je verdriet en te zien dat daar niets mis mee is..