wachten op bunny

~08/11/2009

 

We zitten in de auto, stapvoets op weg naar de supermarkt. Op de achterbank zit een jongen van acht te spelen met een plastic Luke Skywalker poppetje. Het uur is rond, een jingle kondigt het radionieuws aan. Ik zet het geluid harder. De nieuwslezer somt feiten op: een dolle schutter, tennissterren wiens handen afgehakt worden en dat het koud wordt. Berichten uit de wereld waarover ik een mening dien te vormen. Maar niet vandaag. Ik draai het geluid zachter en staar naar het derde remlicht van de auto voor me. De jongen op de achterbank spreekt.

‘Waarom hebben ze op het nieuws niets gezegd over je opa die dood is?’

Eerst wil ik hardop lachen maar besef dan de diepte van zijn vraag.

‘Alleen belangrijke mensen worden vermeld op het journaal.’ Meteen zie ik de zwaktes in mijn antwoord. De jongen heeft ze ook gezien.

‘Was je opa dan niet belangrijk?’

‘Toch wel, maar niet voor iedereen.’ Mijn voet schuift naar de rem, ik wring mijn handen rond het stuur, vraag me af hoeveel levenstijd een mens spendeert aan wachten, aanschuiven, geduld oefenen.

‘Gaan alle mensen dood?’ Ik raak vertederd door zijn nieuwsgierigheid en voel me triest over de noodzakelijke wreedheid van mijn antwoord.

‘Ja, alle mensen moeten doodgaan.’

Het blijft een tijdje stil op de achterbank. Ik stel de achteruitkijkspiegel bij en zoek zijn blik. De jongen probeert een lichtsabel in de hand van het poppetje te klikken. Het lukt niet direct. Daarna staart hij wat naar buiten, naar de traag voorbijglijdende verkeersstroom. Er wordt getoeterd, een fiets zwenkt rakelings voorbij mijn bumper, ik moet bruuks remmen, de puber op de fiets peddelt breed glimlachend verder. Mijn hartslag daalt weer.

‘Dan is doodgaan helemaal niet erg. Het kan iedereen overkomen.’

De grote mens in mij wil protesteren, het alsnog beter weten maar ik laat mijn verzet zakken. Ik heb het gevoel dat de jongen me iets wijsgemaakt heeft. Of me wijzer gemaakt.

Een paar dagen later sta ik opnieuw aan te schuiven, ditmaal bij Andrew Riley, de tekenaar van de Zelfmoordkonijntjes. In mijn tas zit zijn boekje Great Lies to Tell Small Children. De man tekent er een mooie bonusleugen bij.

Misschien moet de jongen van acht ook een boekje schrijven: Great Lies to tell Grieving Adults.